|
Ik
zit in Noord-Argentinië. De provincie Salta of Formosa, misschien
wel Jujuy. Zo voelt het tenminste. Sinds een paar dagen hebben we echt
zomerweer in Nederland en het is dus benauwd en drukkend. Ik ben lamgeslagen
en heb de hele dag bijna niks gedaan. Ik hang een beetje in mijn burostoel
en staar wezenloos naar het computerscherm. De site van weerkamer.nl toont
bewegende radarbeelden van de hoosbuien die over Nederland trekken.
Er zat die ochtend een CD bij de post en daar luister ik nu dus naar.
Elke 40 minuten sleep ik me naar de speler om de CD opnieuw te laten beginnen.
Tango Amigo, de CD van Juan Tajes en mijn held Hernan Ruiz.
Het rauwe stemgeluid van Tajes lijkt in de verte op dat van Goyeneche.
Het voert je langs de rokerige bars, rendez-voushotelletjes en andere
ongure plekken van Montevideo. Ik geniet, maar hou niet zo van gezongen
tangos. Muziekinstrumenten zeggen mij meer dan zang. Door de zang
heen probeer ik de gitaren beter te horen.
Sinds een paar weken drink ik Sol, Mexicaans bier. Ik heb geleerd met
warm weer geen wijn te drinken. Daar word je alleen maar broeieriger van.
Dit soort bier schold ik vroeger uit voor afwaswater met Dubro-citron
waar te veel bierglazen in gespoeld waren. Nu lurk ik volop aan zon
fris biertje met een stukje grapefruit in de hals. Er waren even geen
limoenen in huis en het was te warm om speciaal daarvoor nog naar de avondwinkel
te slenteren.
Ik
woon pal in het centrum van de stad. Toch kijkt mijn werkkamer uit op
een rijke schakering van bomen en struiken. Het is de tuin van de Volksuniversiteit
waar bijna nooit iemand komt. Slechts twee keer per jaar slaan de, voor
mij nauwelijks zichtbare, tuindeuren open. Dat is op de open dag en op
de borrel die het eind van het seizoen markeert.
Maar nu is er niemand
in de tuin en de regen komt met bakken naar beneden. Het is een typerend
geluid; de druppels bereiken de grond niet, maar kletteren op de warme
bladeren.
Zomers scheer ik mij dagelijks, s ochtends meteen na het douchen.
Zweterig én ongeschoren zijn is namelijk een verschrikking. Ik
ruik nog mijn aftershave, Obsession. Een geur die redelijk populair
is bij tangodansers in Groningen. In de winkel zeg ik altijd Calvin
Kleins obsession for men. Een grapje dat nooit overkomt bij
de verkoopster.
Mijn eerste flesje Obsession kreeg ik vijf jaar geleden bij aanvang van
mijn vakantie op Kreta. Sindsdien is de geur voor mij synoniem met reizen
in het warme buitenland.
Temperatuur, smaak, geur, geluid, vochtigheidsgraad... alles wijst erop
dat ik mij ergens in het Zuid-Amerikaanse oerwoud bevind. Ik sluit mijn
ogen, leun lui en licht aangeschoten achterover. Ik doe geen moeite om
mijn buik in te houden en fantaseer dat ik daadwerkelijk in Argentinië
ben. Eigenlijk stel ik mij de loomheid uit de film La Ciénaga
voor. Want zelf ben ik er nog nooit geweest.
Ik trek nog een flesje Sol open, prop weer een stukje grapefruit in de
hals en start de CD opnieuw. Ik haal eens diep adem en ruik de warme regen.
Een kwartier later val ik achter de computer in slaap en droom dat een
grote gekleurde papegaai mijn werkkamer binnenvliegt.
Elzo
|