|
Maart
2000 waren Koko en ik in Italië voor een korte vakantie en workshops.
De Romeinse docent Emilio organiseerde (voor zover een Italiaan organiseert)
tango-workshops om zodoende zoveel mogelijk mooie dames in zn bed
te krijgen. Hij had geregeld dat Tété workshops zou geven
in Trevignano, een dorpje in prachtig recreatiegebied, 30 kilometer
buiten Rome, aan het meer van Bracciano. De prachtige omgeving en de nabijheid
van Rome waren al genoeg geweest om ons over te halen.
Tété
kwam niet opdagen. Daarvoor in de plaats het fantastische stel Walter
y Beatrice uit Bologna (hij Argentijn van origine). Na vier dagen
workshops en salons zouden we nog drie dagen in Rome doorbrengen en onze
gezamenlijke kunsthistorische belangstelling botvieren. We hadden een
strak programma bedacht voor de laatste dagen. Dus hadden we ook afgesproken,
dat iemand ons na de workshops naar het centrum van Rome zou brengen.
Zodat we daar op zoek konden naar een hotel.
Maar in het Italiaans
drukt het woord afspraak wel een intentie uit, maar
niet iets, dat je uiteindelijk ook gaat doen. Daarom hebben al die Italianen
al jarenlang mobieltjes; ze kunnen geen afspraken maken en moeten elkaar
continu bellen om dove sei? (waar ben je?) te vragen.
Later
die week, twee dagen na onderstaand avontuur zouden we de salon van Tangopolis
bezoeken. Deze was op een fantastische lokatie; de fotostudio van de kunstacademie.
En deze was weer gevestigd in een oude pastafabriek. Een deel van de lopende
banden tussen de gebouwen waren artistiek uitgelicht.
Hier ontmoetten
we ook voor het eerst het prachtige jonge stel Guillermo y Maira
uit BsAs. Guillermo had alle kenmerken van een Argentijn, maar had op
een internaat in Engeland gezeten en sprak met een prachtig Brits accent,
waardoor beeld en geluid niet leken te kloppen als bij een nagecynchroniseerde
film.
Maar die eerste nacht
in Rome werden we overal naar toe gereden, behálve naar het centrum,
behálve naar een hotel. We reden in een zwarte Mini Cooper, het kleinste
autootje waar ik ooit in heb gezeten. Enorme monumenten en andere gebouwen,
mooi uitgelicht, trokken aan ons voorbij als oceaanstomers in de nacht.
Op een gegeven moment
moest er natuurlijk gegeten worden. Wij hadden ook honger, dus vergaten
even het gevoel, dat we bijkans gekidnapt werden. De onduidelijkheid over
waarheen duurde daarna voort, zodat het op een gegeven moment
al weer tijd was voor de eerste salon van de avond. Media Luz;
een pijpenla, met achterin een tango-jazz-combo en voorin vier vierkante
meters om te dansen op, zoals overal in Italië, keiharde tegels.
Hoewel
het een gezellige salon was presteerden we het moeiteloos om bonje te
krijgen met onze gastheer. Het liep tegen tienen en we hadden voor die
avond nog steeds geen slaapplaats. Hij maakte ook geen aanstalte om ons,
zoals beloofd, naar een hotel te rijden. Iemand anders verzekerde ons,
dat op de tweede salon van de avond ongetwijfeld mensen waren die ons
aan onderdak konden helpen. Met de drang om hier zekerheid over te krijgen
(je wilt in Rome niet op de straat slapen) vertrokken we vroeg van de
eerste salon, zwervend, met vage aanwijzingen...
De nacht was zwoel,
de steegjes leeg en de weg was lang, zodat we nog eens haarfijn konden
doornemen wat er mis was met de Italianen. Koko was wel wat van ze gewend,
maar dit sloeg werkelijk alles. Een gevoel van machteloosheid maakte zich
van ons meester. De behoefte om iets extreems te doen, om uiting te geven
aan de frustratie groeide.
Plots viel mijn oog op een bord, dat dwars over de stoep hing, met afgebladderde
letters Tattoe Shop. Van een afstand zag je het TL-licht
van binnen dwars op de stoep schijnen. Het interieur had alle kenmerken
van een betrouwbare tattoo-leverancier. En plots kwam ik op het idee om
een tatoeage te laten zetten met de woorden Italians suck!.
Frustratie en een zeker alcoholpromillage maakten mij vastbesloten en
ik stapte de toko binnen.
We moesten even wachten.
Er was nog een klant voor ons, die zijn linkerborst liet opsieren met
de symbolen voor geloof, hoop en liefde. Matroos zeker. Zo te zien was
het meeste van het kunstwerkje al gedaan en werd er alleen nog ingekleurd.

Ik vertelde mijn
reisgenoot van mijn voornemen en een heftige discussie volgde waarin het
begrip je leven lang spijt regelmatig viel. Het idee
van een tatoeage stond haar niet tegen, alleen had ze inhoudelijk commentaar
tegen Italians suck. Het was trouwens nog maar afwachten
of een voor Italianen bovengemiddelde kennis van het Engels de tattoomaster
er niet van zou weerhouden de opdracht überhaupt aan te nemen.
Al snel betrof het meningsverschil niet meer het tattoeëren zelf,
maar alleen nog wat de afbeelding zou moeten zijn. Koko zocht naar iets
waar ik geen spijt van zou krijgen. Iets van blijvende liefde...
Nu is dat bij mij vrij simpel, m'n moeder, de Dalai Lama, duiken en de
tango. De laatste van de vier had natuurlijk het meest te maken met ons
verblijf in Rome.
Koko toverde een
folder uit haar rugzak, die ze eerder had meegenomen. Media Luz
stond er voorop met kitcherige letters, met daaronder een afbeelding van
Carlos Gardel. De boodschap was duidelijk. Ook bij de maestro, want zodra
hij had afgerekend met de matroos kreeg hij de folder in handen geduwd
en in rap Italiaans werd hem duidelijk gemaakt, dat ik het portret van
die meneer met hoed op m'n schouder wilde hebben.
Elzo
Nawoord 2008: In de week volgend op het bovenstaande ontmoetten we verschillende
behulpzame Italianen die ons aan onderdak hielpen. Al snel merkten we
dat de gemiddelde Italiaan juist heel gezellig en gastvrij is en bereidwillig
om je aan onderdak te helpen. Mijn eerste kennismaking bleek de uitzondering
die de regel bevestigde.
|