Kruispas in Spijkerbroek 10

Zomaar een zondagmiddag
ma. 8 december 2008


Soms zijn er maar een paar ingrediënten nodig voor een heerlijke tangosalon: Een goede dj, een open les van Rob en Inez als warming-cup en niet al te veel mensen. Voor tango heb je uiteindelijk niet veel meer nodig dan een partner en muziek. En een gladde vloer, maar glad waren de marmeren tegels van het Schimmelpenninckhuys wel. Aanvankelijk had ik niet veel zin om te gaan. Ik had het een beetje gehad met die eeuwige jacht op danspartners. De Vriendinbroer ging met zijn vaste danspartner, een Roemeense die verfijnd en sierlijk danst, dus die kon ik niet meer vragen voor de open les. Uiteindelijk belde ik Inez. “O, kom gewoon maar” zei die vrolijk, “er lopen altijd wel mannen zonder partner rond”. Net als in het echte leven.

Het was zomaar een zondagmiddag. Buiten scheen de zon, het leek niet zo koud. Maar de wind was guur en blies door alles heen. Grey decembre. Ik had nog nooit eerder in het Schimmelpenninckhuys gedanst. Voor de open les waren er gewoon wat tafels en stoelen aan de kant gezet, de vleugel stond heel verbaasd voor twee computers. Naast de dansvloer stonden van die oude leren fauteuils waar je haast niet meer uit kwam als je er eenmaal goed in zat. Ik stond bij de open les zomaar ineens naast de snor. De snor was zonder danspartner gekomen en wilde best met mij dansen. Zo! Dat was boffen! Een ervaren tangodanser een heel uur voor mijzelf!

Op het programma van de open les stond de basis. Wat voor mij nog steeds allemaal nieuw was, was voor de snor gesneden koek. Dacht ik dat ik ein-duh-luk wist hoe een ocho moest, hoorde ik dat je bij een ocho een beetje moet gaan hangen: de man leunt een beetje naar achteren en omdat de vrouw de beweging van de man spiegelt, gaat de vrouw ook hangen. Dat maakte de ocho’s ineens een stuk eenvoudiger, en ook mooier. Ineens had die hand van hem op mijn rug ook een functie want die gaf precies aan hoever ik moest hangen. “Waarom hoor ik dit nú pas?” vroeg ik de snor verontwaardigd. De snor keek mij verbaasd aan. “Hoezo?” zei hij, “dit krijg je pas in de derde of de vierde cursus”.

En sinds vanmiddag weet ik dan eindelijk wat een boléo is. Ik had tangodansers al vaker gehoord over boléo’s. Bij een boléo zet de man een ocho in naar achteren of naar voren, maar haalt hij de vrouw ook meteen weer terug voor een ocho respectievelijk naar voren of naar achteren. Die boléo kun je als vrouw met een enorme zwaai van je been maken, voor mij is die boléo met het bijbehorende gezwaai hét gezicht van de tango. De snor probeerde natuurlijk meteen of hij mij ook aan het zwaaien en zwiepen kon krijgen. Maar ik zat nog te veel in de salsaetiquette en hield mijn benen bijelkaar. Een boléo op een salsaparty, lieve help, daar moest ik al helemaal niet aan denken!

De open les ging over in de salon. Ik heb het idee dat ik op de salons steeds weer hetzelfde kleine clubje mensen tegenkom. Het grappige vind ik dat, als een tangodanser je een dans belooft en het komt er op de één of andere manier niet van, hij zich dan keurig netjes bij je verontschuldigt én je toezegt dat je op de volgende salon als eerste aan de beurt bent. Zo had ik van afgelopen dinsdag, in Plaza Danza, nog een dans te goed van de Fries. En dus vroeg de Fries mij vanmiddag ten dans. Al dansend vertelde hij dat op een Groninger tangosite gewaarschuwd werd voor een Fries die te grote stappen maakte. “Waarom zetten ze er geen foto bij?” zei hij treurig maar met een grinnik in zijn stem, “nou denkt iedereen dat ík het ben”. Ik luisterde en probeerde te voorkomen dat hij steeds op de neuzen van mijn schoenen stapte. “Nee, jij maakt helemaal geen grote stappen” zei ik. Mijn neus groeide ter plekke wel zo'n tien centimeter.

Dj Pedro's ‘dansaanzoek’ aan mij was een ware show. Hij maakte een hoffelijk gebaar met zijn handen en ging door de knieën om mij ten dans te vragen. “Hoe vond je dat?” vroeg hij glunderend toen we al in de danshouding stonden. Ik kon mij niet voorstellen dat een Nederlandse man mij ooit zoiets zou vragen. “Als een echte Italiaan” zei ik dus. Uiteindelijk ís hij ook een Italiaan, maar het was vooral bedoeld als een groot compliment. Want als er ergens mensen zijn die het normale leven tot kunst weten te verheffen, dan zijn dat wel Italianen. “Hee, niet over Italië praten” riep dj Pedro, “ik wil alleen over Siberië praten”. Meteen stak hij over naar wat hij mij vanmiddag zou gaan leren. Want elke keer als ik met dj Pedro dans leert hij mij weer wat. En als ik dat dan geleerd heb, dan is er op de hele wereld geen blijere man dan dj Pedro. Om de spanning er een beetje in te houden, doe ik het vervolgens nog een aantal keren weer helemaal fout. Dj Pedro is dan gefrustreerd en legt het nog eens uit en nog eens. Aan het eind doe ik het dan weer goed en dan straalt hij. Want ik weet dat als ik het kan, dj Pedro zijn taak, en daarmee de dans, als beëindigd ziet. Maar vanmiddag snapte ik echt niet wat hij bedoelde. Ik redde mij eruit met salsapasjes die, gezien zijn reactie, wel een beetje in de buurt kwamen van wat zijn bedoeling was. In elk geval moest ik de binnenkant van mijn broekspijpen flink slijten (?!), dat zou hij de volgende keer persoonlijk controleren. “En als ik dan een rok aan heb?” vroeg ik. “Dan helemaal” zei hij tevreden.

Het meest bijzondere van deze tangosalon vond ik de dj. Voor de eerste keer hoorde ik dj Bart draaien. Ik hoorde prachtige nummers voorbij komen die ik nog niet eerder had gehoord. Hij draaide ook anders: zonder gordijntjes en met veel nummers na elkaar die elkaar leken aan te vullen. Eerder had de Fries mij al verteld dat dj Bart dj Pedro had opgeleid, ondanks dat dj Pedro een half mensenleven ouder is dan dj Bart. “He is the best” zei dj Pedro over dj Bart. Op een gegeven moment zat ik aan de bar te luisteren naar de muziek toen de dj een drankje kwam halen. Ik complimenteerde hem met zijn muziek. Dj Bart vertelde dat hij, naast tangomuziek, ook van de muziek van Bach hield. Ik zat hem met knipperende ogen aan te kijken, vol verbazing; ik geloof dat mijn mond zelfs een beetje open hing. Ik wist in elk geval eventjes niks te zeggen. Op salsaparty’s ben ik vooral mensen tegengekomen die nog nooit van Bach hadden gehoord terwijl eentje zelfs een melodietje uit het Wohltemperiertes Klavier van Bach als ringtone op zijn mobiele telefoon had. En nu stond ik op een tangosalon met een dj die van Bach hield. Ik zou er nu ook niet meer van opkijken als hij ineens een cantate zou draaien - het was tenslotte zondag.

Het was alles bijelkaar zomaar een zondagmiddag, op zomaar een tangosalon, waar een dj zomaar van Bach hield. Zomaar, dat vooral. Dat maakte het bijzonder.

naar de volgende pagina Lees alle blogs of reageer er op, op latinnet.nl >>> (opent in nieuw frame)