Soms zijn er maar een paar ingrediënten nodig voor een heerlijke tangosalon:
Een goede dj, een open les van Rob en Inez als warming-cup en niet al
te veel mensen. Voor tango heb je uiteindelijk niet veel meer nodig
dan een partner en muziek. En een gladde vloer, maar glad waren de marmeren
tegels van het Schimmelpenninckhuys wel. Aanvankelijk had ik niet veel
zin om te gaan. Ik had het een beetje gehad met die eeuwige jacht op
danspartners. De Vriendinbroer ging met zijn vaste danspartner, een
Roemeense die verfijnd en sierlijk danst, dus die kon ik niet meer vragen
voor de open les. Uiteindelijk belde ik Inez. O, kom gewoon maar
zei die vrolijk, er lopen altijd wel mannen zonder partner rond.
Net als in het echte leven.
Het was zomaar een zondagmiddag. Buiten scheen de zon, het leek niet
zo koud. Maar de wind was guur en blies door alles heen. Grey decembre.
Ik had nog nooit eerder in het Schimmelpenninckhuys gedanst. Voor de
open les waren er gewoon wat tafels en stoelen aan de kant gezet, de
vleugel stond heel verbaasd voor twee computers. Naast de dansvloer
stonden van die oude leren fauteuils waar je haast niet meer uit kwam
als je er eenmaal goed in zat. Ik stond bij de open les zomaar ineens
naast de snor. De snor was zonder danspartner gekomen en wilde best
met mij dansen. Zo! Dat was boffen! Een ervaren tangodanser een heel
uur voor mijzelf!
Op het programma van de open les stond de basis. Wat voor mij nog steeds
allemaal nieuw was, was voor de snor gesneden koek. Dacht ik dat ik
ein-duh-luk wist hoe een ocho moest, hoorde ik dat je bij een ocho een
beetje moet gaan hangen: de man leunt een beetje naar achteren en omdat
de vrouw de beweging van de man spiegelt, gaat de vrouw ook hangen.
Dat maakte de ochos ineens een stuk eenvoudiger, en ook mooier.
Ineens had die hand van hem op mijn rug ook een functie want die gaf
precies aan hoever ik moest hangen. Waarom hoor ik dit nú
pas? vroeg ik de snor verontwaardigd. De snor keek mij verbaasd
aan. Hoezo? zei hij, dit krijg je pas in de derde
of de vierde cursus.
En sinds vanmiddag weet ik dan eindelijk wat een boléo is. Ik
had tangodansers al vaker gehoord over boléos. Bij een
boléo zet de man een ocho in naar achteren of naar voren, maar haalt
hij de vrouw ook meteen weer terug voor een ocho respectievelijk naar
voren of naar achteren. Die boléo kun je als vrouw met een enorme
zwaai van je been maken, voor mij is die boléo met het bijbehorende
gezwaai hét gezicht van de tango. De snor probeerde natuurlijk
meteen of hij mij ook aan het zwaaien en zwiepen kon krijgen. Maar ik
zat nog te veel in de salsaetiquette en hield mijn benen bijelkaar.
Een boléo op een salsaparty, lieve help, daar moest ik al helemaal
niet aan denken!
De open les ging over in de salon. Ik heb het idee dat ik op de salons
steeds weer hetzelfde kleine clubje mensen tegenkom. Het grappige vind
ik dat, als een tangodanser je een dans belooft en het komt er op de
één of andere manier niet van, hij zich dan keurig netjes
bij je verontschuldigt én je toezegt dat je op de volgende salon
als eerste aan de beurt bent. Zo had ik van afgelopen dinsdag, in Plaza
Danza, nog een dans te goed van de Fries. En dus vroeg de Fries mij
vanmiddag ten dans. Al dansend vertelde hij dat op een Groninger tangosite
gewaarschuwd werd voor een Fries die te grote stappen maakte. Waarom
zetten ze er geen foto bij? zei hij treurig maar met een grinnik
in zijn stem, nou denkt iedereen dat ík het ben.
Ik luisterde en probeerde te voorkomen dat hij steeds op de neuzen van
mijn schoenen stapte. Nee, jij maakt helemaal geen grote stappen
zei ik. Mijn neus groeide ter plekke wel zo'n tien centimeter.
Dj Pedro's dansaanzoek aan mij was een ware show. Hij maakte
een hoffelijk gebaar met zijn handen en ging door de knieën om mij ten
dans te vragen. Hoe vond je dat? vroeg hij glunderend toen
we al in de danshouding stonden. Ik kon mij niet voorstellen dat een
Nederlandse man mij ooit zoiets zou vragen. Als een echte Italiaan
zei ik dus. Uiteindelijk ís hij ook een Italiaan, maar het was vooral
bedoeld als een groot compliment. Want als er ergens mensen zijn die
het normale leven tot kunst weten te verheffen, dan zijn dat wel Italianen.
Hee, niet over Italië praten riep dj Pedro, ik
wil alleen over Siberië praten. Meteen stak hij over naar
wat hij mij vanmiddag zou gaan leren. Want elke keer als ik met dj Pedro
dans leert hij mij weer wat. En als ik dat dan geleerd heb, dan is er
op de hele wereld geen blijere man dan dj Pedro. Om de spanning er een
beetje in te houden, doe ik het vervolgens nog een aantal keren weer
helemaal fout. Dj Pedro is dan gefrustreerd en legt het nog eens uit
en nog eens. Aan het eind doe ik het dan weer goed en dan straalt hij.
Want ik weet dat als ik het kan, dj Pedro zijn taak, en daarmee de dans,
als beëindigd ziet. Maar vanmiddag snapte ik echt niet wat hij
bedoelde. Ik redde mij eruit met salsapasjes die, gezien zijn reactie,
wel een beetje in de buurt kwamen van wat zijn bedoeling was. In elk
geval moest ik de binnenkant van mijn broekspijpen flink slijten (?!),
dat zou hij de volgende keer persoonlijk controleren. En als ik
dan een rok aan heb? vroeg ik. Dan helemaal zei hij
tevreden.
Het meest bijzondere van deze tangosalon vond ik de dj. Voor de eerste
keer hoorde ik dj Bart draaien. Ik hoorde prachtige nummers voorbij
komen die ik nog niet eerder had gehoord. Hij draaide ook anders: zonder
gordijntjes en met veel nummers na elkaar die elkaar leken aan te vullen.
Eerder had de Fries mij al verteld dat dj Bart dj Pedro had opgeleid,
ondanks dat dj Pedro een half mensenleven ouder is dan dj Bart. He
is the best zei dj Pedro over dj Bart. Op een gegeven moment zat
ik aan de bar te luisteren naar de muziek toen de dj een drankje kwam
halen. Ik complimenteerde hem met zijn muziek. Dj Bart vertelde dat
hij, naast tangomuziek, ook van de muziek van Bach hield. Ik zat hem
met knipperende ogen aan te kijken, vol verbazing; ik geloof dat mijn
mond zelfs een beetje open hing. Ik wist in elk geval eventjes niks
te zeggen. Op salsapartys ben ik vooral mensen tegengekomen die
nog nooit van Bach hadden gehoord terwijl eentje zelfs een melodietje
uit het Wohltemperiertes Klavier van Bach als ringtone op zijn
mobiele telefoon had. En nu stond ik op een tangosalon met een dj die
van Bach hield. Ik zou er nu ook niet meer van opkijken als hij ineens
een cantate zou draaien - het was tenslotte zondag.
Het was alles bijelkaar zomaar een zondagmiddag, op zomaar een tangosalon,
waar een dj zomaar van Bach hield. Zomaar, dat vooral. Dat maakte het
bijzonder.