Een van de leukste dingen van tango is dat ik weer in een totaal nieuwe
wereld ben aangekomen. Ik zit nu nog steeds in de fase dat ik verbaasd
om mij heen kijk. Meestal stort ik mij gewoon ergens in en zie ik pas
later waarin ik mijzelf heb ondergedompeld en wat de consequenties daar
van zijn. Een nieuwe dans leren is op zich natuurlijk al leuk, maar
minstens zo leuk zijn al die nieuwe mensen die ik in het tangocircuit
leer kennen. Het zijn bij tango ook andere mensen dan bij salsa. Geitenwollensokken,
groene thee en macrobiotisch zei de latinnetfotograaf.
Nou moet ik zeggen dat ik aanvankelijk bang was dat tango vooral de
wereld was van de cockteasers. Cockteasers zijn vrouwen die heel leuk
doen tegen mannen en heel bitcherig naar andere vrouwen. Maar dat blijkt
gelukkig niet helemaal het geval te zijn. En trouwens, die cockteasers
lopen ook bij salsa rond! Ik vind het een weldaad dat ik veel vrouwen
van mijn eigen leeftijd tegenkom. In vergelijking met salsa is de gemiddelde
leeftijd bij tango een stuk hoger. De ongeschreven regel lijkt te zijn
dat je als vrouw tot je veertigste salsa danst en dat je dan overstapt
op tango. Gelukkig heb ik een heel groot hart waar al die nieuwe mensen
moeiteloos in passen; salsa, tango, het is een gezellige bende daarbinnen!
Een paar tangosalons geleden zat ik langs de kant met de engel. Ik had
net met hem gedanst en ik zweefde nog een beetje na tussen hemel en
aarde. De engel danste zó vederlicht, zó hemels, dat ik tijdens het
dansen de grond niet meer voelde. Alles ging vanzelf, ik leek te zweven.
Ook figuren die ik nog nooit had gedaan, gingen moeiteloos, als in een
hele leuke droom. Bij de engel leek de hemel maar één trede verwijderd.
Maar het leukste kwam in het gesprek na het dansen. De engel vertelde
dat hij een enorme muziekfan is. Soms vindt hij één nummer zó geweldig
dat hij dat dan eindeloos vaak achter elkaar draait. Dat nummer gaat
dan in zijn hoofd zitten en gedurende één, twee weken leeft hij op dat
nummer. Alle muziek en geluiden van buiten vindt hij dan enorm storend.
Dansles kan in zo'n periode moeilijk zijn omdat het soms niet lukt om
die binnenradio af te zetten. Het was alsof ik naar mezelf luisterde.
Eindelijk iemand die begreep dat het, bijvoorbeeld, heel moeilijk salsadansen
is als je één bepaald bachatanummer in je hoofd hebt. En dat je soms
geen andere muziek verdraagt omdat je genoeg hebt aan de muziek in je
hoofd.
Ik vertelde de engel dat ik uit een bizarre wereld kom van angst, schuld
en schaamte, waar popmuziek gezien werd als het rijk van de duivel.
Dansen was al helemaal verboden, dat was een verheerlijking van
het zondige lichaam. In dat volkomen geïsoleerde wereldje (zonder
tv) ging de ontwikkeling van de popmuziek volkomen aan mij voorbij.
Natuurlijk hoorde ik wel het één en ander uit de kamer van mijn broers
naast mij komen (het was slechts een dun hardboardwandje), klanken die
die periode van mijn puberteit ongemerkt kleurden. Want hoewel ik niet
echt naar die muziek luisterde, moet ik nu ogenblikkelijk weer aan die
tijd terugdenken als ik die muziek weer hoor. Nu, achteraf, leer ik
de namen bij de nummers. In die tijd werden op mijn middelbare school
(waar de meisjes geen lange broeken mochten dragen) kinderen van school
gestuurd omdat ze On the rivers of Babylon van Boney M.
op de gang neurieden; dat nummer ging over psalm 137 en werd gezien
als DE frontale aanval op het christelijke geloof.
Ik ben nog steeds bezig om dat gat in mijn kennis te dichten. Ik zat
al op het conservatorium toen ik voor het eerst kennis maakte met de
Beatles. Wat mij toen het meest overrompelde, was het onverwachte: Ik
verwachtte ná Bach, Buxtehude, Rachmaninov en al die andere groten,
niet meer iets dat mij zó zou raken, dat zó mooi was. Na de Beatles
kwamen de Franse chansons, een vriendin die gek was van Prince, een
homovriend die dweepte met Madonna, een buurman die een mislukte zelfmoordpoging
deed in navolging van Kurt Coubain, Zusje die mij attendeerde op REM.
En dan die doodse stilte in de studio van de lokale omroep, waar ik
als verslaggever werkte, toen ik vroeg wie Freddy Mercury was (³Waar
kom jij vandaan? Uit een ei ofzo?²). Mijn persoonlijke ontdekking van
Michael Jackson de wereld stond even stil!- en mijn meest recente
openbaring: ABBA. De engel naast mij lachte zich een kriek. En zag meteen
in dat het ook zo zn voordelen heeft. Want er is altijd maar één
eerste keer: één eerste keer dat je dat ene nummer voor het eerst hoort.
Eerste keren zijn altijd bijzonder en ik heb duidelijk nog een aantal
eerste keren in het vooruitzicht. We zaten ondertussen op een tangosalon,
zeer ernstig kijkende stellen dansten met gesloten ogen voorbij. Wie
heb ik nou nog gemist? vroeg ik. David Bowie zei de
engel meteen, zegt je dat iets? Life On Mars?. Het zei mij
allemaal niks. Bovendien wou de man die aan de andere kant van de engel
zat, met mij dansen.
Ondertussen is David Bowie in mijn leven geland in de vorm van een dubbelcd
met the best of... die bovenop de stapel bachatacd's ligt
(bachata blijft toch de lekkerste muziek om op te koken, bij bachata
branden de minste dingen aan, maar dat terzijde). Space Oddity, Life
On Mars?, meer past er voorlopig niet in mijn hoofd. Ik struin internet
af, op zoek naar informatie over dat androgyne kereltje met die sciencefictionachtige
ogen dat op de voorkant van het doosje staat. Ik begrijp weinig van
de teksten, ik heb geen idee waar die nummers over gaan. Hoezo Life
On Mars? Is het hier op aarde dan niet leuk ofzo? In elk geval kan er
voorlopig niet worden gedanst, dat is duidelijk. Salsa, tango, het is
uitgesloten. Pas als David Bowie weer uit mijn hoofd en netjes in het
cddoosje zit, is er weer ruimte voor een dansje. Toch wel grappig dat
in het rijtje salsa, tango, David Bowie ik de verbindende schakel ben.