Eindelijk was er weer een echte tangoles. Niet meer freewheelen op tangosalons
en danspartners uitproberen en tangowalsen dansen die ik nog niet eens
op de les heb gehad, maar weer in opperste concentratie volgen en bewegen
en lopen, en af en toe bewonderend naar de voeten van Inez kijken. En
vooral naar Rob en Inez samen kijken. Want hoeveel tango ik de laatste
tijd ook heb gezien (You Tube meegerekend), ik ben nog geen tangostel
tegengekomen dat zó prachtig samen danst, dat zó op elkaar is ingesteld.
Voor mij is het pure inspiratie om Rob en Inez samen te zien dansen.
Ze hebben er vaak ook zichtbaar plezier in, ze lachen af en toe tijdens
het dansen. En dat is bij tango best wel bijzonder.
Aan de ene kant had ik ontzettend veel zin in de les omdat ik meer wilde
leren. Maar aan de andere kant zag ik er ook vreselijk tegenop omdat
ik al met al zo'n twee weken niet met mijn vaste tangopartner, de Hogelander,
had gedanst. We hadden wel contact gehad, elkaar af en toe gebeld, maar
van tangodansen was het niet gekomen. Hij had daarentegen wél zijn normale
dosering salsa gehad en dus was ik bang dat het tango vanuit de salsastand
zou worden.
De Hogelander kwam later en omdat een andere man onverwachts zonder
partner zat (stond), begon ik daar maar mee te dansen. Als opfrissertje
liet Inez zien wat we al konden, of werden geacht te kunnen: de balancéo,
de basispassen, een ocho naar voren, de ocho naar achteren, een kruispas,
en meteen daar achteraan kwam een nieuw figuurtje: de sandwich. Tijdens
een beweging (ocho?) zet de man één voet van de vrouw klem door zijn
voeten elk aan een kant neer te zetten - dat is de sandwich. Pas als
de man opzij gaat, kun je als vrouw verder met de beweging. Mijn tijdelijke
danspartner stond helemaal stijf van de zenuwen. Dat kan ik niet!
Dat kan ik niet! mompelde hij voortdurend hoofdschuddend. Jawel
zei ik op de gok, dat kun je best, dat heb je al heel vaak geoefend.
Maar hij vertelde dat hij meer dan twee weken niet had gedanst en dat
hij alles allang weer was vergeten. Tja, en ik had de sandwich ondertussen
al op tangosalons geleerd, de eerste keren door flink tegen de enkels
van de vriendinbroer te schoppen (die dan elke keer ook heel hard Au!
riep); ik was vooral heel erg verbaasd dat hij zijn voet 'in de weg
had staan'. Mijn tijdelijke danspartner gaf de moed op en ging langs
de kant staan.
De groep had intussen al twee keer het nieuwe figuur langzaam geoefend.
Mijn tijdelijke danspartner kwam een beetje van de muur af en begon
voorzichtig Rob na te doen die heel langzaam de voetbeweging voor de
mannen voordeed. Toen we op een gegeven moment, op mijn aandringen,
het een keer samen probeerden, deed de man wél zijn pasjes maar hij
liet mij gewoon staan. Sterker nog: op een gegeven moment duwde hij
mij opzij omdat hij de voeten van Rob niet meer zien kon. Ik heb
geen idee wat jij moet doen zei hij, dat moet je zelf maar
uitzoeken. Ergens voelde dat voor mij ook wel goed: ik ben kennelijk
dus niet de enige die af en toe erg zenuwachtig is voor dansles - ik
ben vaak bang dat de hele groep iets kan en dat ik dat met geen mogelijkheid
voor elkaar krijg. Gelukkig kwam toen de Hogelander het leslokaal binnen.
Die keek eventjes heel aandachtig naar Rob, pakte mij vast en tjoeps,
daar was de sandwich! Een echte tangosandwich zonder ook maar een zweempje
salsa.
Ha! en na die sandwich kwam de eerste voetzwaai! Een knuffeltje
noemde Inez het, je knuffelt het been van je partner. Het
zag er bij Inez ook zó sierlijk uit. Bij mij was het meer een doodordinaire
schop in de lucht, tussen de benen van de man door. Ik kon zelfs niet
zien hoe mijn schop er achter de rug van de Hogelander uit zag - en
of ik niet per ongeluk iemand de ziektewet inschopte. Gelet op de blauwe
plekken op mijn onderbenen en mijn salsaverleden zou je toch verwachten
dat ik erg goed in schoppen ben. Maar dat was niet zo, ik moest er echt
op oefenen en die les bleef het bij mij ook een schop. Een voorzichtige
weliswaar, want je moest natuurlijk wel op dat andere been blijven staan
(of je vastsjorren aan je danspartner - en de Hogelander leende zich
hiervoor uitstekend). Ik vond het allemaal uiterst spannend. Om de een
of andere gekke reden heb ik met die schop nú pas het gevoel dat ik
met tango bezig ben. Nú ben ik begonnen met het Echte Werk, met die
voetzwaai als een soort van aftrap. Dat vráágt om imponerende hakken!
Het feit dat ik (nog) geen schoenen met stilettohakken heb, voelt als
een zwaar gemis (ahem).
Na de tangoles staken we het diep over en liepen naar Ocho de Mayo.
Daar had dj Pedro (Pierre) de stemming er al goed in zitten. De vriendinbroer
kwam even later ook binnen. Ik danste met de Hogelander, dronk een kopje
thee, luisterde naar de muziek, kletste wat, danste weer wat met de
Hogelander, keek naar de dansers. Tangosalons zijn relaxed omdat je
niet op mannenjacht hoeft. Tangosalons kunnen ook zenuwslopend zijn
als er alleen maar zeer vergevorderde dansers zijn, zoals gisteravond.
Ik zag voortdurend nieuwe figuren en verrassende bewegingen die ik nog
niet eerder had gezien. De vriendinbroer werkte eerst zijn tangodagboek
bij, zat te knikkebollen op zijn stoel en viel ter plekke bijna in slaap.
Na een tangootje ging hij zo ongeveer slaapwandelend naar huis. De Hogelander
ging tegen twaalven naar Hemingway om salsa te dansen. Ik was ook heel
erg moe, maar ik bleef. Ik danste af en toe nog met verschrikkelijk
vergevorderde tangodansers die mij stuk voor stuk het gevoel gaven dat
ik al heel goed kon dansen. En dat was natuurlijk ook zo want ik ben
met het edele schopwerk begonnen!