Echte tangomannen moet je niet laten salsadansen zei SalsaFrancoise,
en ze klonk heel resoluut. Ook niet een bolérootje? probeerde
ik nog. Maar volgens Francoise werd dat helemaal niks: Om goed
een boléro te kunnen dansen, moet je goed kunnen salsadansen.
Goed, ik zou dus niet proberen om mijn tangoprins over te halen om salsa
te gaan dansen, ik wilde alleen zo graag met hem dansen. Ikzelf wilde
best op tangoles, na één tangoles was ik helemaal om. Alleen
heb je voor tangoles een vaste danspartner nodig en die kon ik niet
vinden. Ik had een halve week geprobeerd om uit de mannenvijver een
tangopartner te vissen. Er zijn in mijn sociale omgeving uiteindelijk
zóveel mannen die zeggen dat ze ooit nog eens op tangoles gaan, dat
het mij aanvankelijk niet al te moeilijk leek. Maar de telefoonsessie's
waren een verschrikking. De één wilde pas over tien jaar, de ander kon
niet op woensdag, donderdag of vrijdag, weer een ander wilde niet bij
Rob & Inez, de vierde had geen geld, de vijfde vond dat 'ie op dit moment
al genoeg danste, de zesde, mijn favoriete salsadanspartner, wilde juist
minder dansen, bij een zevende haakte ikzelf af omdat ik mij gelukkig
net op tijd herinnerde dat hij niet al te fris rook en twee presteerden
het om te zeggen dat ze wél op tangoles wilden maar níet met mij. Zelfs
mijn buurman, een charmante, jonge fysiotherapeut met een goddelijk
lichaam waar elke vrouw wel een tango mee wil dansen, kon niet want
hij had op die avonden zijn buikspiergroepjes.
Mijn laatste hoop was een salsadanser die al tango danste; een grote,
lange, rechte man van het Hogeland met benen die bijna tot mijn middel
komen. Vijf jaar geleden had hij gevraagd of ik met hem op tangoles
ging. Toen vond ik dat een krankzinnige vraag want ik was net begonnen
met salsa, dus wat moest ik met tango? Ik kon mij heel goed voorstellen
dat hij nu niet veel zin meer had om met een absolute beginner op les
te gaan. Daarom belde ik hem als laatste. Denk er eerst maar eens
over na zei ik, om te voorkomen dat hij direct zou weigeren, ik
zal je niet laten onthoofden als je het niet wilt (op salsadansers
moet je zuinig zijn want voor je het weet is er geen een meer om mee
te dansen). Tot mijn grote verrassing wilde hij wél, zodat ik eventjes
verbaasd met mijn ogen zat te knipperen. Tango is wel wat anders
dan salsa, hoor waarschuwde hij nog. Ja, natúúrlijk was tango
wat anders dan salsa, dat wist ik toch óók?
Maar het viel allemaal erg tegen, die volgende tangoles. Tango is echt
veel moeilijker dan ik dacht en het feit dat ik salsa dans is eerder
een nadeel dan een voordeel. Ik voelde mij sowieso onzeker omdat ik
gerookte makreel had gegeten en hoe vaak ik daarna ook mijn handen had
gewassen, ze bleven naar vis ruiken. Elke keer als ik weer aan mijn
handen rook, moest ik denken aan een date lang geleden: Na onze tweede
ontmoeting zou hij bij mij thuis komen eten. Wat lust je graag?
vroeg ik en hij antwoordde, tussen twee zoenen door, dat hij alles luste,
vooral mij. Ik maakte een makreelschotel waar maar liefst twee dikke,
vette gerookte makrelen ingingen. Mijn handen, de keuken, mijn hele
huis rook naar makreel, ik voelde me zelf haast een makreel. Hij luste
alles... behalve makreel en at in z'n eentje de saladebak leeg. Zelfs
de koffie die we na het eten dronken, smaakte voor mijn gevoel naar
makreel. Hij moet het gevoel hebben gehad dat hij in een nest gerookte
makrelen was beland met mij als oppermakreel. Ik durfde mijn tangopartner
haast niet vast te pakken uit angst dat ik makreelafdrukken op hem zou
maken.
De tangoles ging over de tangobeweging: het verplaatsen van je gewicht
van de middenvoet naar de voorvoet. En dan moet je op de één of andere
manier ook nog een beetje door de knieën. Ik weet nog niet hoe je dat
als vrouw moet doen bij het achteruit lopen en het is mij helemaal een
raadsel hoe tangovrouwen dat op die fantastisch hoge hakken doen. Tijdens
de spiegelsessie stond ik ongelukkigerwijs helemaal vooraan. Ik kon
dus heel erg goed zien dat ik niet erg flatteuze kleding aanhad met
platte, zéér ongepoetste schoenen (waarmee ik een halve week geleden
nog door de zeeklei van het buitendijkse gebied bij Noordpolderzijl
struunde - mijn tangoprins deed tussen de zeekraal en de zeeasters tangopassen
voor, je bent eigenlijk alleen maar bezig met lopen zei
hij nog voordat hij bijna uitgleed; schoenenen die mijn tangoprins daarna
bij hem thuis heel lief voor mij schoon maakte, maar thuis moet
je ze wel even in de was zetten... nee dus). Ik keek dus maar
heel erg goed naar Inez, ik heb al de neiging om te applaudisseren als
ze alleen maar loopt. Inez is echt zo'n balletmeisje. Ik heb niet veel
fantastie nodig om mij haar in een tutuutje op de spitzen voor te stellen.
Echt zon meisje van kanten en strikjes en ruches, zo'n lichtvoetig
wezen dat door het leven lijkt te zweven. Rob is onmiskenaar een gaucho,
rechtstreeks ingevlogen van de Argentijnse pampa's.
Het voelde ook zó vreemd om tango met een salsadanser te dansen, zó
onwerkelijk. Alsof ik vreemd ging. Ik voelde mij een beetje een paard
dat bestuurd werd, iets groots en zwaars in elk geval dat door een porseleinkast
heen draaft en dat een heel wedgewoodservies in brokken en stukken achter
laat. Gelukkig had ik een danspartner die zelfs nog niet zou omrollen
als het dak naar beneden kwam. Hij stuurde mij onverstoorbaar de ochootjes
in en er weer uit. Eigenlijk was dat wel de grootste ontdekking: dan
dans je al meer dan vijf jaar salsa met iemand en dan kom je er heel
toevallig achter dat hij meer een tangoman is. Maar voor mij is tango
vooralsnog een scheve schaats.