Geloof
het of niet, maar een van de voortdurende mysteries van de menselijke
psychologie is het bijna-automatisme waarmee mensen bewegen op muziek.
Er is geen sluitende logische verklaring voor deze reactie. Waarom hebben
we de neiging ons lichaam te bewegen op het ritme van de muziek en bijvoorbeeld
niet op de maat van een knipperlicht?
Recente studies komen niet veel verder dan dat muziek en dans een prettige
combinatie is en dat dansen een gunstige invloed op onze gezondheid
heeft. Een andere idee is, dat we, wanneer we dansen, onbewust de veronderstelde
bewegingen van de muzikanten imiteren. Dit uiteraard dankzij onze spiegelneuronen.
Goed,
muziek, dans, zang en marcheren (al dan niet verbonden met een ritueel)
zorgen voor verbroedering; ze versterken de sociale cohesie die belangrijk
is, of in ieder geval belangrijk wás, voor het overleven van
onze soort. Dat is een bestaansreden voor alle vormen van dans en muziek.
Maar onder die culturele lappendeken ligt een veel basalere aandrang
om op muziek te reageren d.m.v. beweging. Mensen reageren ook fysiek
op muziek als ze alleen zijn en zo ook kleine kinderen, ja waarschijnlijk
zelfs het ongeboren kind in de baarmoeder. Dat is niet persé
dansen, maar wel ritmisch, zoals zachtjes heen en weer wiegen.
Dat we plezier beleven aan muziek staat buiten kijf. Dit komt misschien
omdat ernaar luisteren een groot aantal verschillende hersenlokaties
activeert en laat samenwerken, waaronder aparte delen voor toonhoogte,
timbre, maat, patroonherkenning en voorspellen. Maar om dansen slechts
te zien als een uiting van dat plezier is te eenvoudig. Vreemdgenoeg
activeert het luisteren naar muziek ook hersendelen die uitsluitend
met onze motoriek te maken hebben. Het is alsof ons brein wil dansen,
alsof het vindt dat we moeten bewegen zodra we muziek horen.
Noodzakelijke
reactie
Een mogelijke verklaring is te vinden als we ons afvragen welk evolutionair
voordeel er gekoppeld is aan bewegen naar aanleiding van geluid.
Onze verre voorouders hebben het tienduizenden jaren gesteld zonder
muziek en van mechanisch geluid is pas sinds twee eeuwen sprake. Gaan
we meer dan 45.000 jaar terug, dan komen we in een tijd zonder kunstmatige
en culturele geluiden. In die tijd bestond er vrijwel geen geluid dat
níet om een reactie vroeg. Hooguit het ruisen van de boomtoppen
of het kabbelen van een beek. Anders gezegd: De aanwezige geluiden konden
niet genegeerd worden zoals wij tegenwoordig heel veel geluid naar de
achtergrond verwijzen, de wind, het verkeer, de radio, de wasmachine...
Voordat er muziek was had elk geluid een betekenis voor de mens en elk
geluid verlangde aandacht en eventueel een respons. Het grommen van
de hoofdman, het huilen van een baby, het ritselen van de struiken.
Met name plotselinge geluiden dichtbij vereisten een directe reactie.
Opspringen vanuit een liggende of zittende houding is dan een logische
reflex; het verschaft meteen een beter overzicht en we staan meteen
klaar om te vluchten of vechten. Adequaat reageren verhoogde de overlevingskans
en de aanleg hiervoor werd dus genetisch doorgegeven.
Kan
het zijn dat de ritmische herhaling van geluid een ritmisch herhaalde
reactie uitlokt? Dan blijft de vraag waarom dit plezierig is en niet
stress-verhogend.
We kennen tal van voorbeelden waarbij een schijnbare dreiging tot plezier
leidt. Dit gebeurt uitgebreid in het spel van kinderen, maar bijvoorbeeld
ook als een geliefde aan ons oorlelletje knabbelt; Gewoonlijk leidt
kriebel aan het oor tot een snelle reflex, maar in de context van het
liefdesspel onderdrukken we die reflex juist. De ontspanning die dan
optreedt en het opnieuw bevestigen van onze vertrouwensrelatie wordt
als zeer prettig ervaren.
Iets vergelijkbaars zou een rol kunnen spelen bij geluid (potentieel
bedreigend) en muziek (genot in ontspanningssituatie).
Is dansen eigenlijk het steeds opspringen van de oermens in ons? En
beleven we plezier aan muziek en dans omdat die oermens tegelijkertijd
beseft dat er niks aan de hand is? Meer onderzoek wordt verlangd...
Elzo Smid